![]() |
||||
Vetweefseltransplantatie Wanneer eigen vetweefsel getransplanteerd wordt (bijvoorbeeld van de buik naar het gelaat), wordt het autoloog genoemd. Het is een techniek die reeds meer dan honderd jaar met wisselend succes wordt toegepast. Pas in de laatste vijftien jaar legt men zich op een wetenschappelijke manier toe op vettransplantatie. Waar haalt men dit vet ? Het vetweefsel wordt bijvoorbeeld aan het abdomen, rond de navel of boven de pubisharen gehaald, waar de incisies het minst zichtbaar zijn en waar men een voldoende hoeveelheid vetweefsel van goede kwaliteit ter beschikking heeft. Welke gebieden ? Het gelaat : Zowel de wangen, de lippen als de onderste oogleden kunnen voller worden gemaakt. De kaaklijn kan hiermee geaccentueerd worden. De nasolabiale plooien (tussen mondhoek en neusvleugel) en de glabellaplooien (tussen de wenkbrauwen) kunnen wat uitgevlakt worden. Uitholling van de wangen door ouder worden kan verbeterd worden met vettransplantaties De Handen Op de handrug - tussen de middenhandsbeenderen – kan vetweefsel opgespoten worden om de handen een voller en jeugdiger uitzicht te geven. Dit komt vooral op gevorderde leeftijd voor. De bilstreek Men kan de gluteusstreek (achterwerk) meer volume geven door opeenvolgende injecties met vetweefsel. Dit is een zaak van lange duur omdat een tamelijk groot volume vet moet getransplanteerd worden. Ondiepe depressies en littekens Littekenweefsel ten gevolge van acne of depressies van de huid door vetnecroses na trauma’s of infecties kunnen opgevuld worden. Soms wordt de techniek ook gebruikt bij asymmetrieën aan de neus, bij depressies na fracturen en bij correcties na geopereerde gespleten lippen. Wanneer gebruikt men deze methode niet ? Men zal geen vettransplantaties uitvoeren wanneer de bovenliggende huid een verminderde doorbloeding heeft. Ook in een sterk littekengebied onder de huid is de kans op overleven van vet geringer. De bloedtoevoer in de omgeving is een cruciale factor voor overleving. Ook moet men vermijden om vettransplantaties in de borst uit te voeren, omdat het vet kan verkalken en het klinisch aspect van een cyste aannemen, wat later tot biopsies zou kunnen leiden. Voor- en nadelen : De transplantatie van vetweefsel heeft volgende voordelen ten opzichte van andere materialen:
Een nadeel is de soms onbetrouwbare overleving van het vet, vooral als het in grote hoeveelheden wordt ingespoten. De techniek vereist dat vet ingebracht wordt op niet te grote afstand van bloedvaten, zodat nieuwe bloedvaten snel het vetweefsel kunnen voorzien van de nodige voedingsstoffen en zuurstof. De ingreep vereist bovendien een aseptische techniek en kan niet altijd tijdens slechts één consultatie gebeuren, omdat men telkens maar kleine hoeveelheden kan inspuiten. Hoe gaat het in zijn werk ? Men kan het vet ook rechtstreeks uitsnijden tijdens een andere ingreep. Wassen van het vet Na het oogsten zal het vet gewassen worden in fysiologisch vocht, zodat het vrij van vloeibaar vet, beschadigde vetcellen, lokaal verdovingsmiddel en bloed is. De transplantatie De vettransplantatie moet onmiddellijk gebeuren, na het oogsten en zuiveren. Men zal steeds kleine hoeveelheden inspuiten, zonder al te grote druk. De hoopjes moeten verdeeld worden zodat elk goed doorbloed kan worden en het resultaat ook mooi gelijkmatig is. Men kan vetweefsel op elke diepte spuiten. Het kan boven het beenvlies, onder het mondslijmvlies, onder de huid, in de spieren, in beperkte mate onder littekenweefsel. Een mooi voorbeeld van een vettransplantatiein het aangezicht is hier te vinden Na de behandeling Patiënten klagen zelden over pijn, en meestal verdwijnt die al na een dag.Stabilisatie van het geïnjecteerde weefsel is nodig om de ingroei van bloedvaten toe te laten. Men mag er zo weinig mogelijk aankomen en zeker niet masseren gedurende de eerste tien dagen na de transplantatie. Een immobiliserend verband kan helpen.De werkongeschiktheid is ten dele afhankelijk van het zich ontwikkelende oedeem en bedraagt hoogstens enkele dagen. Korte termijn problemen Er zal zich bij injecties een duidelijk zichtbaar oedeem ontwikkelen,vooral in het gelaat en in het bijzonder de lippen dat minstens veertien dagen maar soms langer zal aanhouden. Het is een normale inflammatoire wondhelingsreactie op het trauma en de incorporatie van de vetcellen in de omliggende weefsels. Lange termijn problemen
|
||